Tag: Vragen

Vormen

Net uit mijn bed gekomen. Het is nu een winterige dag, met veel regen, en het is zo laat, dat het al bijna weer donker wordt. Ik heb plaats genomen voor mijn schrijversraam met een verslavende kop koffie. Het gevoel mag weer aangesproken worden. Ik ben weer lekker vrij van mijn maatschappelijke verplichtingen. Ik heb een heerlijk dreunend muziekje opgezet.

Een muziekje wat ik al jaren niet meer door mijn hoofd heb laten gaan, maar waar zoveel herinneringen aanzitten, dat het verwoorden vanzelf gaat. En het regent, regent, en regent. De wasmachine loopt, de boodschappen moeten nog gedaan worden, en mijn postbus leeggehaald. Het is weer zo’n dag, dat ik het schrijven niet kan laten. Dat het eruit moet. Al het andere aan de kant gezet.

Wat moet ik toch met mezelf, als ik altijd maar wil schrijven, en mijn woorden maar weer naar buiten moeten. Ik ben zoveel zoekende naar de vorm, naar het zinnige, naar de essentie van mijn onderneming. Ik voel dat ik het nog niet heb mogen vinden, althans gedurende momenten zoals nu. Maar er is hoop.

Op een leeftijd gekomen, dat ik als 12 jarig wezentje als oud bestempeld zou hebben, voel ik me nu wel op mijn top, maar ook tevens nog lang niet aan mijn einde. Mijn leven gaat zo vaak door me heen. Zowel het verleden als mijn toekomst. Dat zullen ongetwijfeld meer mensen hebben. En ik ben dan zo beholpen, dat ik deze gedachten bewoord.

Er zijn zoveel vragen en zoveel antwoorden, die ik telkens maar weer wil beschrijven. Alsof ik ze wil herhalen. Een dagboek, gedichten, columna, verhalen; zoveel vormen gebruik ik voor mijn gedachten. En vandaag dan maar eens een nieuwe opzet. Schilderen is schilderen. Fotograferen, muziek maken, zingen enzovoort zijn de andere vormen.

Een mens wil zich schijnbaar uiten. Het moet eruit. Expressie, afweermechanismen die een vorm moeten krijgen. Nostredamus. Niet zomaar een woord. Ik; ook niet zomaar een woord. Ik schrijf voor mezelf. Ik denk voor mezelf. Het mag blijkbaar zo wezen, dat ik een interessant persoon ben. Zoals ik in het leven wil staan, willen weinigen in hun leven staan. Het vereist een bepaalde afzetting tegen de clichémaatschappij. Ook mag ik zeggen, dat blijkbaar ieder mens al een doel heeft, als hij op deze aarde verwekt wordt.

Herhaaldelijk voel ik, dat ik mijn woorden in een bepaalde vorm moet indelen, en op zo’n moment gaat er ook sterk een gevoel door mij heen, dat ik dat juist ook weer niet moet doen in deze tijden van structuur en vastlegging. Dat het voor mezelf waardevoller kan zijn, als ik schrijf wat ik denk. Ieder mens denkt. En ook hieruit zal weinig structuur te halen zijn, tenzij iemand een stempeltje wil als neuroot, of psychopaat.

Mijn gedachten zijn nu eenmaal een wirwar van thema’s en gevoelens. Op zich vind ik dat wel mooi. Het is op die manier haast niet mogelijk iets ordelijk te beschrijven. En dat stimuleert nou juist mijn vrijheid in thema’s en gevoelens. Schrijven wat er door mijn hersencellen gaat. En elk functiegebied van mijn hersenkwabben wordt zo gebruikt. En wederom; ik schrijf voor mezelf.

Ik wil in de toekomst gaan proberen, te ontdekken of ik daar een bepaalde schrijfvorm in ga krijgen. Een cursus volgen, hoor ik velen vaak benoemen. Ze worden zelf via de omroepgidsen aangeboden. Ik denk dan bij mezelf; hoe kun je leren schrijven? Dat is toch onmogelijk. Ieder mens is verschillend, ookal wordt wel eens het tegendeel beweert. Ieder mens heeft zijn eigen mening, in zijn eigen vorm en woorden. Dat kun je niet leren, tenzij je mensen hun karakter, schrijfstijl, en hun zogenaamde onbelangrijke thema’s ontneemt.

Ik bepaal zelf wel hoe, wanneer en of ik iets beschrijf. Als anderen mijn gedachten interessant vinden om te lezen, is dat heel mooi. Als anderen dat niet interessant vinden is er ook geen probleem, want men leest dan niet deze woorden. Ik schrijf op wat ik op wilde schrijven. En daar gaat het tenslotte om. Dat ik dat doe, wat ik wil doen. Ik wil me niet laten leven.

Andere mensen hoeven mij niet te zeggen, hoe ik moet denken, of moet leven. Dat bepaal ikzelf wel. Mijn gedachten zijn is mijn leven. Het begint ermee, en zal ermee eindigen binnen mijn aardse bestaan. Dat is het mooie van het schrijversschap.

Een schrijver staat met beide benen diep in zijn woorden. Hij voelt ze aan zijn tenen, aan zijn enkels, en af en toe laat hij zich zakken in zijn gevoel van woorden en zwemt rond in de zee van het leven.

En als ik dan bovenstaande lees, weet ik, dat ik goed bezig ben. Weet ik dat ik het bewijs bij mezelf moet zoeken en niet bij de maatschappij. Dat ik mijn eigen gedachten niet bij een uitgever kan laten goedkeuren. Dat is niet mijn opzet, en dat wil ik het ook nooit laten worden. Aan een uitgever kun je dan ook zien, wat voor een soort kwaliteit de uitgever aandurft.

De cocktail van geld verdienen en menselijkheid. Maar hoe gedurfd is dit wel niet, als ik dit nu schrijf? Hetzelfde als een schilderij schilderen met een boodschap voor de wereld, die zo groot is, dat hij niet door de deur kan van het atelier. Alles bewijst zichzelf.

Mijn gedachten, zijn gedachten. Hier kan ik lang over nadenken. En dat doe ik dan ook vaak. Daarbij betrek ik alle menselijke wetenswaardigheden, en verbind ze met elkaar, alwaar ze met elkaar verbonden kunnen worden. In dit laatste ligt dan ook de moeilijkheid. Misschien mag ik het ook geen moeilijkheid noemen, omdat de eenvoud van het leven ligt in de eenvoud van het denken. We zouden het volgende kunnen denken;

Wij mensen willen graag alles snappen. En we willen graag alles snappen, omdat we zoveel mogelijk willen bezitten.

Als ik nu door ga, wordt het saai, maar tevens essentieel. We willen zoveel mogelijk bezitten, omdat we dan denken, dat we meer waard zijn dan een ander mens, die minder bezit. En we willen graag meer waard zijn, omdat we dan het gevoel krijgen, dat we langer kunnen overleven. Meer waarde geeft meer bezit, en dus meer kans op eten, warmte, gezondheid etc.

We willen het oneindige leven bezitten. Dit kunnen we (nog) niet dus fixeren we ons op het volgende. We willen langer overleven, zodat we meer kans hebben om onszelf te reproduceren. We willen onszelf reproduceren, zodat er iets van onszelf blijft bestaan. Wij gaan immers een keer dood, en alles van onszelf sterft uit. Het lichaam de geest en de ziel. Alleen kinderen van ons kunnen dan verder leven. Snappen, ofwel kennis betekend dus over(verder)leven.

Dit zullen woorden zijn, die niet voor het eerst ergens beschreven staan. Ze zijn eenvoudig omschreven. Ik kan me nu van alles bedenken, waarom anderen mijn woorden in twijfel gaan brengen. Er zijn veel bedenkingen te beschrijven. Maar is dat nu niet juist, wat we moeten voorkomen? Als ik ga zeggen, dat mijn woorden heilig zijn, en tevens de enige waarheid, zou er iets boven in mijn grijze massa niet kloppen. Ofwel als ik ga zeggen, dat 1 plus 1, twee is, moet ik wel weten waarom ik wil rekenen. En wat is een 1? Een appel, een huis, een vogel?

Filosofische aangelegenheden maken onze denkpatronen tot een pulp van gedachten, die niet meer de oorsprong verraden van de oorspronkelijke vorm.

Het verleden en het heden heeft veel filosofen gekend. Noodzakelijke mensen met gedachten. Wie kan mij vertellen, of ik er momenteel iets aan heb? We zijn altijd weer teruggeworpen op onszelf, en moeten het blijkbaar vanuit onszelf telkens zelf weer oplossen.